Stotteren

Wanneer iemand stottert is het ritme van het spreken verstoord. Woorden, lettergrepen of klanken worden herhaald, verlengd of het spreken blokkeert (even) volledig. Het spreken kan krampachtig worden en er kunnen bijkomende gedragingen zijn als meebewegingen in het gezicht of van lichaamsdelen en verstoringen in het ademritme. Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen kent stotteren ook een verborgen deel. Er kan sprake zijn van vermijding van bepaalde woorden/klanken of spreeksituaties, en gevoelens van schuld, schaamte en/of minderwaardigheid. Het stotteren kan soms voor de buitenwereld (vrijwel) volledig verborgen blijven terwijl iemand zelf dagelijks leeft met de spanning om het stotteren te omzeilen en het verborgen te houden.

De impact van stotteren op iemands leven kan groot zijn en het kan beperkingen veroorzaken in scholing, werk en in de dagelijkse communicatie.

Stotteren ontstaat door een timingsprobleem in de planning en de productie van spraak- en taalprocessen.  De aanleg in combinatie met spanning, tijdsdruk of een belemmering zorgt ervoor dat de onvloeiendheden in het spreken ontstaan, de spreker ervaart momenten van controle verlies. Gedachten, gevoelens en omgevingsfactoren zijn van invloed op het spreken.

Stottertherapie

Ik werk met alle leeftijdsgroepen ((jonge) kinderen, jongeren en volwassenen). Eerst zullen we onderzoek doen om het stotteren en de uitlokkende en instandhoudende factoren in kaart te brengen. De therapie is maatwerk. Stotteren is niet altijd te ‘genezen’. (Altijd) vloeiend spreken zal dan ook niet altijd een reëel doel zijn. Vaak is het doel om vrij en makkelijk te kunnen en durven communiceren, op zo’n manier dat je zichtbaar kan maken wie je bent en wat je wil.

Bij stottertherapie voor jonge kinderen staat de ouderbegeleiding meestal centraal. Stotteren is vaak een verstoring in de balans van de mogelijkheden van het kind en de vragen/verwachtingen die er zijn (vanuit het kind zelf en/of de omgeving). Eerst zullen we onderzoeken welke aspecten hierin een rol spelen. Dit kan te maken hebben met de spraak- taalontwikkeling, de motorische-, cognitieve – en/of sociaal-emotionele ontwikkeling. In de therapie werken we eraan die balans te herstellen.

Een andere mogelijkheid is dat we ervoor kiezen om te werken aan het versterken van de vloeiendheid (volgens het Lidcombe Programma).

Bij wat oudere basisschoolkinderen kijken we wat er vervelend, moeilijk of lastig is aan/door het stotteren en daar werken we  gezamenlijk aan. (met ouders, zo nodig met leerkrachten, e.a.) Therapie is erop gericht de spanning van het stotteren te verminderen of weg te nemen.
Aan bod kunnen komen:

  • stotteren begrijpen, snappen hoe stotteren in elkaar zit.
  • wat helpt jou om makkelijk(er) te praten?
  • hoe ga je om met lachen en/of nadoen van je stotteren?
  • wat zijn jouw sterke kanten?
  • wat zijn handige sociale vaardigheden om te leren?
  • hoe kan je zelfvertrouwen opbouwen?

Bij jongeren en volwassenen is therapie er vaak op gericht om vrij(er) te kunnen communiceren en het stotteren niet meer/minder belemmerend te laten zijn. De buitenkant (wat een ander kan zien en horen) en de binnenkant (gedachten, gevoelens en ervaringen) van het stotteren worden in kaart gebracht. Ook onderzoek je wat de invloed  is op je communicatie, de interactie met anderen. We onderzoeken wat je vragen en/of wensen zijn. Vanuit een (meestal) groeiend inzicht ga je verder op weg. Door vrijuit te kijken naar stotteren en te praten over het stotteren ontstaat ruimte en verminderd de spanning in en rond het stottermoment.

Kwaliteiten en vaardigheden die nodig zijn om te bereiken wat je wil, kunnen worden gestimuleerd, geoefend en getraind. Gebruikte werkvormen zijn: (coachings)gesprekken, bewustwordingsoefeningen (zelfreflectie: bewust worden van gedachten, gevoelens en ervaringen en lichaamsbewustwording), lichaamswerk (bv. ontspanningsoefeningen, ademoefeningen),  stottercontrole technieken en spreektechnieken.

Het streven is zo te werken dat je steeds meer je eigen coach wordt.